Euro's wind-energie

Ga er maar vast stevig voor zitten, want dit wordt schrikken.

En veel cijfertjes, maar dat kan even niet anders.

 

Opwekken en leveren van windenergie, kilowatturen in dit geval, is gewoon niks anders dan het produceren van welk ander gebruiksartikel dan ook.

Als voorbeeld gebruik ik vaak de productie van pakken chocoladehagelslag.

Als je daarmee wilt beginnen maak je eerst een z.g. “bedrijfsplan” , met als belangrijkste vragen: Wat kost mij een pak hagelslag, hoeveel kan ik er van maken, waarvoor kan ik het verkopen en wat blijft er dan per jaar van over.

Exact hetzelfde geldt ook voor het produceren van kW-uren.

Weke machines heb ik nodig, wat kosten die in aanschaf, wat aan rente, wat aan afschrijving, onderhoud, verzekering, belastingen enz. per jaar. En natuurlijk: Hoeveel produceert die machine per jaar. Als je dat allemaal weet kun je uitrekenen wat 1 kWh. in de productie kost.

 

We nemen als voorbeeld de 2 MW. molen.

De aanschafprijs ervan wordt berekend per kW. vermogen. Voor molens op land geldt een prijs van ongeveer 1500 euro per kW.

Wordt dus voor 2 MW. 2000 x 1500 = 3 miljoen euro.

Molens op zee zijn minstens 2 x zo duur. Kosten per jaar inclusief rente (8 %) afschrijving (20) jaar en diverse andere kosten totaal € 477.780,-.

Opbrengst bij productiefactor 20 2000 x 8760 x0,20 = 3.504.000 kWh.

Kostprijs per kWh is dus 47778000 : 3504000 = € 0,136. Reken maar 13,5 eurocent.

 

Prijzen van door centrales opgewekte kW-uren: ongeveer 6 eurocent. Er moet dus per kWh. 7,5 cent bij.

Totaal is dat per jaar voor een 2 MW-molen 3.504.000 x 7,5 = € 262.800,-.

Dat noemen we “subsidie”

Er zijn plannen voor totaal 4000 MW. op land, wordt dus elk jaar 2000 x 262.800 = € 525.600.000,-

Voor 6000 Mw. op zee wordt dit omgerekend totaal € 3.500.000.000,- per jaar.

Tussenopmerking: Voor dat bedrag kun je elk jaar een nieuwe (Thorium) kerncentrale bouwen.

Gedetailleerde berekeningen vindt u op pagina: Windenergie: Berekeningen. Spreadsheet; kosten.

 

Eerst nog de omschrijving van de posten op de spreadsheet.

De zwarte getallen zijn in te vullen waarden. De rest wordt automatisch berekend.

 

De eerste 4 kolommen spreken voor zich.

 

Kol. 5: Kosten aansluiten aan netwerk.

Deze kosten variëren nogal afhankelijk van de locatie.

 

Kol. 6: Rente.

Even een beetje bedrijfseconomie.

Het economisch resultaat van een onderneming wordt gewaardeerd aan de hand van de rente op het eigen vermogen dat er in is gestoken. Dat moet in elk geval hoger zijn dan de rente die het opbrengt bij de bank.

Meestal gaat men uit van de rente op staatsobligaties. Voor investeringen in windenergie geldt uiteraard hetzelfde.

Een investeerder wil een zo hoog mogelijk rendement van zijn aandelen of obligaties.

Bij “Zeewind” wordt de inleggers een opbrengst voorgeschoteld van 7 tot 10 % van hun inleg.

Ik ben maar uitgegaan van 8 %.

Als je die hoge 8 % haalt hoef je verder geen winst te maken, want dan wordt het percentage vanzelf hoger.

Vandaar dat in mijn spreadsheet-berekening de winst op bijna nul uitkomt.

Omdat de investering wordt afgelost gedurende de afschrijvingsperiode is de rente berekend op de helft van het ingevulde percentage. (x 0,5)

 

Kol. 7: Afschrijving.

Op land wordt uitgegaan van een afschrijvingsperiode van 20 jaar en op zee van 15 jaar. 

Blijft de vraag of dat wordt gehaald, maar je moet ergens van uit gaan.

 

Kol. 8: Productiefactor.

De in deze kolom gegeven factor wordt in de praktijk nauwelijks gehaald. Zie b.v. de factoren uit de praktijk op Windenergie: Tabellen.

 

Kol. 9: Reservering.

Deze reserveringen zijn in hoofdzaak bedoelt voor de kosten van het afbreken van de molens.

 

Kol. 10: Kosten onderhoud enz.

Hieronder vallen verzekeringen, OZB en grondhuur (op land) onderhoud en storingen.

Er waait nog wel eentje om of vliegt in fik.

 

Kol. 11: Inkoop grondstoffen.

Geldt wel voor chocoladehagelslag, maar de wind is (nog wel) gratis.

 

Kol. 12: Loonkosten.

Hiermee wordt bedoelt directe kosten van administratie, directie en beheer.

 

Kol. 13: Compensatie reserwevermogen.

Wind waait heel grillig en niet altijd voorspelbaar, soms bijna niet en soms te veel en levert dan geen of weinig vermogen. Daarom moet er altijd reservecapaciteit paraat staan. Dit betekent dat centrales op stoom moeten blijven maar lang niet hun berekende vermogen kunnen leveren omdat windstroom voorrang heeft.

En dat doen die jongens van de NUON en Essent natuurlijk niet voor niets. Die willen ook wel een gezellig rendement. Het is niet te achterhalen hoe, maar het wordt natuurlijk wel op een of andere manier gecompenseerd.

Waarschijnlijk is de berekende 2 cent per kWh. nog te weinig.

 

Kol. 14: Opgewekt vermogen in kWh.

Volgt uit het in kol.1 geïnstalleerde vermogen en de productiefactor van kol. 8.

 

Kol. 15, 16 en 17: Spreken voor zich.

 

Wel zijn kol. 17 samen met kol. 21 de schrikkolommen.

 

Kol. 18: Is de inkoopprijs van een kWh. op de markt.

De rest van de kolommen spreken voor zich. Aan winst in kol. 24 hoeft er dus niet veel over te blijven als het rendement op de investeringen maar hoog genoeg is.

 

Er worden allerlei trucjes uitgehaald om investeringen in windenergie rendabel te maken, maar hoe je het ook wend of keert, het is allemaal toch een vorm van subsidie door de overheid.

Er zijn voorstanders die geloven dat je wel marktconform kunt produceren, maar ik ben nog nergens die berekeningen tegengekomen.

 

Mijn mening is dat het zo snel mogelijk moet stoppen en dat we voor het geld dat er mee gemoeid is wel een betere bestemming hebben.